The Freaqy Top 40

Aanvankelijk vond ik het een leuke idee. Je “blogroll” in een top 40 gieten. Wie schrijft die blijft, schreef ik als reactie. Maar mouwfrotten zou niet helpen. Mouwfrotten. Wij zeggen mouwvegen of slijmen. Mouwfrotten. Ik had het nog nooit gehoord. Nog geen volledige dag later zou een prof het woord in zijn mond nemen. Ongeletterd mens dat ik was.

Dat was toen. Een momentopname. Want toen kwam de druk. Ik moest schrijven. Ik moest stijgen. Toch zeker niet dalen. En elke gedachte dat wij dat bloggen voor onszelf doen, en enkel voor onszelf, werd zo van tafel geveegd.

Ik stond dertiende. Mijn geluksgetal. Of toch als twee, vier en zeven even buiten beschouwing worden gelaten. Moest ik zelf mogen kiezen hebben waar ik mocht staan. Ik had me zo’n 28 plaatsen lager gezet. Ik heb geen moeite om mensen op te hemelen. Ik durf zelfs zeggen dat ik zoveel mogelijk probeer het beste in de medemens te zien, zij het wel zonder daar naïef in te zijn. Als er niets goed te zien is, dan is er niks goed te zien. Punt. Andere lijn. Maar op elke regel hoort een uitzondering om oeroude spreekwoorden toch angstvallig in leven te houden. En ik vul met graagte die rol in. Tussen de lijnen door kan je hier wel eens lezen dat ik mezelf niet hoog aanschrijf.

En hoezeer mensen mij op mijn capaciteiten hebben willen wijzen, ik beschik nog niet over een knop om die onzekerheid van me in één tel uit te schakelen. ‘t zou - hier mag je een scheldwoord naar keuze invullen - handig zijn. Zoals die pop die ik ooit had. Die had een draaiknop op haar rug. Zo zou ik er ook eentje willen. Met als gradaties : arrogant - zelfzeker - onzeker. Ik zou voor zelfzeker kiezen, en dan keihard saboteren. Die pop had die knop trouwens niet voor haar zelfzekerheid, of misschien wel onrechtstreeks, maar om in één draai haar lange haren om te ruilen in een kort kopje zonder dat er scharen aan te pas moesten komen. Tussen ons gezegd en gezwegen trok beiden op niks. Kort noch lang. Maar desondanks niet onzeker.

Dertien werd veertien. Ik wijt het aan andere mensen die stegen. Uhm. Veertien werd achttien. Ik begreep het volkomen, want ik had toen hier niet veel geschreven. Elders wel. Maar niet hier. En ‘t is hier te doen. ‘t is hier dat de lamp brandt. Of toch nu. Toen niet. Want toen was het hier nog zwart. Donker. Totdat ik het licht aanstak en het hier wit werd.

Ik zag me al helemaal volledig wegzakken in de anonimiteit. En ik heb daar ook geen probleem mee. Ik ben Laura Lynn niet. Nee, echt niet. Ik hoef niet op het hoogste schavotje te staan. Liever tweede dan, heb je nog altijd de eerste plaats als streefdoel. Als eerste kan je alleen maar dalen.

En dan plots maak ik een remonte. Stijg ik maar liefst zes plaatsen. Twaalfde. Mijn geluksgetal. Twee, vier, zeven en dertien even buiten beschouwing gelaten. En waarom ? Omdat ik het licht heb aangestoken. Omdat ik van behangpapier ben veranderd. Omdat ik gewoonweg van layout ben veranderd. Zes volle plaatsen. Dat er nu nog ene durft af te komen met het feit dat het uiterlijke er niet toe doet.

Ik voel me dan zo een beetje - maar wel maar een héél klein beetje - schuldig tegen die andere mensen die wel elke dag - of toch met meer regelmaat dan de regelmaat die ik hanteer - mooie dingen schrijven, en die ook wel stijgen, maar die nog steeds geen haasje over met mij gedaan hebben. Maar ja, het is natuurlijk ook geen ‘big deal’. It’s just a man and his luminous thoughts. ’t Is niet dat we op één of andere wachtlijst staan voor orgaantransplantatie of zo. En ik er eigenlijk geen nodig heb, maar er toch maar mooi eentje extra wil.

Maar genoeg gekheid op een stokje. Waar ik eigenlijk wou toekomen. Zo nu even serieus. Wil dat dan ook zeggen dat als ik nog twee keer van layout verander, ik zowaar op de eerste plaats terechtkom, of dat ik misschien toch maar best nog eens iets schrijf ? Ik heb alvast een optie op het laatste genomen.

 

 

Vooruit met de geit

Wist je dat geiten het slimst zijn in de maand mei ?
Echt. Vraag morgen maar eens aan een geit welke maand het is. Mei-h !

Zelf gevonden. En nu ga ik mijn pilletje innemen.

Oh, ik was op een zoek naar een prentje van een geit én had ik niet principieel tegen het plaatsen van foto’s van mezelf op het wereldwijde web geweest, ik had er nog eentje van mezelf kunnen plaatsen. Maar ja, principes hé ! Maar toen kwam ik dit tegen :

Ik heb nog geen rex in onze tuin  gevonden. Maar ja, my lawn is NOT soggy. No footprints. Morgen eens achter het tuinhuis kijken.

Maak er maar twee pilletjes van !

En voor de liefhebbers :

Een geit en ik noem ze Hugo ! Welke maand zeg je ? Fout hé, april is ‘t nog vandaag. Domme geit.

Toch maar beter direct drie ?

Frustratie

 

Yeah !

Eén brok nostalgie

Hij staat ergens achteraan in een kast die nog antieker is dan hijzelf. Hij houdt zich verborgen achter allerlei kaarsjes die ooit als versiering dienden voor een feesttafel. Hijzelf was ooit een feest. Nu slechts een brok nostalgie. Een spelconsole. Sega is zijn naam.

Alex Kidd, de held van Sega. Geen enkel spel dat hier zoveel gespeeld is als Alex Kidd, in miracle world. Ik had me vooral de rol toegeëigend van kijken en commentaar geven. En elke keer weer mocht ik zeggen welke van de drie ladders Alex in het kasteel moest nemen. Alsof ze het na zoveel keer spelen, zelf nog niet wist. ”De middenste !”, herinner ik me nog steeds.

En in wiens huid kroop U wel eens, zo sega/nintento/playstationgewijs ? En denkt U nog steeds nostalgisch aan terug ?

Mijn held

Verrassing

Nee, dit is niet één van de vier mogelijkheden die ik had aangeboden.
Ja, dit wordt mijn nieuwe layout.
En nee, U kan daar niets meer aan veranderen.
Dat het vriendelijk was dat U uw mening deelde.

De grote lenteschoonmaak

En wél hier op deze blog. Want na meer dan vier maanden heb ik het een beetje gehad mét alles hier. Vorige week, toen ik in een mentaal dipje zat - ik kan goed overdrijven ! - heb ik bij mezelf gedacht ofwel stop ik ermee, ofwel verander ik het eens allemaal. Eerlijk gezegd heb ik alleen maar dat laatste gedacht, maar een beetje drama zo af en toe misstaat niet.

Nu is er een gezegde dat zegt dat verandering niet noodzakelijk verbetering is. Maar een andere gezegde stelt dan weer dat wie niet waagt, niet wint. Dus daar kan ik me niet aan optrekken. Zelf beslissen dan maar.

Het eerste struikelblok is de layout. Het is hier té donker. Moest het een kamer in een huis zijn, je zou naarstig op zoek gaan naar een lichtschakelaar. Stop met zoeken, er is er geen ! Ook vind ik het aangenamer, moesten mijn berichten onmiddellijk geheel te lezen zijn in plaats van met “read more” te werken. Waarom doe je dat dan niet !? hoor ik U tot hier denken. Een andere layout, dus. Maar welke ? Nu ben ik veeleisend én kan ik niet overweg met htmlcodes, dus moet ik een keuze maken uit wat WordPress me aanbiedt. Ik heb gewikt en gewogen. U mag meekiezen. Is dat niet vriendelijk ? En een manier om mijn verantwoordelijkheden van me af te schuiven ? Ook !

1. Regulus - Blauw en geel.

Keuze nummer 1

* Het is geen zwart.

2. Daydream - grijs

Keuze nummer 2

* Hier zou ik dan wel een andere prentje gebruiken dan het standaard prentje van een schoolbus. Al is het dan weer een zoeken naar wat.

3. Hemingway - Zwart

Keuze nummer drie

* Wat het nu is. Misschien is iedereen daar ongelofelijk wild van !

4. Banana Smoothie - Met zo’n naam is het vaneigens dat er  geen aardbeien opstaan !

Keuze nummer vier

* Dit is eerder een graptje ! Ik vind dit echt lelijk. Maar echt hé. En nee, ik gebruik geen omgekeerde psychologie.

Ik heb zo ongeveer mijn keuze gemaakt, ‘t is een kwestie van bevestiging. Commenten kan vanaf NU. 0 cent per comment. Daarvoor kan je niet sukkelen.

En als we die knoop doorgehakt hebben, moeten de categories eraan geloven. Aan fictie en poezië kom ik zelden toe, dus blijft er enkel feitjes over. Dus moeten we die feitjes onderverdelen. Valt het op dat ik graag alles afgelijnd wil hebben. Freaky !

En dan de inhoud. Als ik er meer regelmaat in wil steken, zie ik me genoodzaakt om met rubriekjes of zo te werken. Maar dan word ik haast verplicht om over iets welbepaald elke week te schrijven, en dat komt de kwaliteit - als die er hier al is - denk ik niet ten goede. En toch, zoals in de kleuterklas vroeger, elke dag was een kleur. Zoveel jaren later is woensdag nog altijd paars en donderdag geel. Van impact gesproken.

Ook meer plaatjes ! Google is een bron van inspiratie. Zo een beetje doen, als in de Humo. Een plaatje en dan een tekstje bij verzinnen. En dan hopen dat het grappig is. Maar hé, ik ben een vrouw. Ik hoor niet grappig te zijn. Elke poging tot verdient bijgevolg dus al op voorhand respect. Soms moet je de clichés weten te misbruiken. En mijn photoshopvariant-talenten meer laten botvieren.

En veel tekst, natuurlijk. Al heb ik ook ergens gelezen dat de lezer online niet houdt van te veel tekst. Dat je het kort moet houden. Oei, dan ben ik nu weer al niet zo goed bezig. Veel tekst dus, over de actualiteit, of toch mijn mening erover, want zo gewoon de feiten herhalen is het ook niet. Dan kan je maar beter naar Het Laatste Nieuws surfen. Nu ook mét een redactie in Sydney. En dus huppelt er een kangoeroe door hun logo. Echt waar !

* Kijk, een kangoeroe !

Maar genoeg gekheid. Aan ideeën geen gebrek. Kwestie van uitwerking, nu. Mijn moeder zou zeggen : “Stop met zagen, en doe het gewoon !” Moeders hebben heel vaak gelijk, maar ik ben ook veel te vaak te koppig om het toe te geven. En wispelturig ben ik ook. Het is maar dat U het weet, als U zich afvraagt waar dit bericht plots naartoe is.

 

 

 

Een muzikaal intermezzo

Een cassette vol muziek. Tien liedjes. Omdat het er maar twaalf mochten zijn, maar het uploaden me net iets te lang duurde. Klik op de afbeelding, luister en hou de Franse leuze ‘les goûts en les couleurs ne se discutent pas’ in gedachten.

Muxtape

(via)

 

Even op pauze drukken

Vanaf donderdag wordt schrijven weer leuk.
Zijn deadlines plots weer veraf.
En vertel ik u wat de link is tussen conditie en plantjes.
En hoe jurkjes een mens kunnen of zullen ontgoochelen.

Maar totdan moet u maar aanspraak maken op de fantasie.
Zich verheugen op wat hier nog komen zal.
Of net niet komen zal.

De tijd tikt.
Ik moet nog wat schrijven.
Elders.

Wielertoeristen maaien gras niet zelf

WordPress heeft zich in een nieuw jasje gestoken. En dat ik er niet mee kan werken is alvast duidelijk, want ik heb mijn bericht van gisteren gedeleted. Nou ja, ik was er toch niet tevreden van. Wie schrijft er nu ook over grasmachines, als je ze niet kan uitstaan. Het lawaai dan toch. Ik blijf er bij dat het lawaai van grasmachines de reden is waarom het nooit zomer zou mogen worden. Bestaat dat niet geluidloze grasmachines ? Of misschien moeten de buren eens een pact sluiten om allemaal op hetzelfde ogenblik het gras af te maaien. De korte pijn. Maar neen. Hetzelfde met stofzuigers. Ook zo’n geluid waar ik niet tegen kan. Of toch niet als een ander aan het stofzuigen is. Als ik zelf stofzuig, heb ik daar minder last van. Maar het lawaai is nu weer niet zo ergelijk dat ik daardoor sneller zal zeggen dat ik zal stofzuigen. Tja.

Freaq had een machtig idee om uit iedere blog van zijn eigenste blog-hitparade een zinnetje te halen, en daarmee een geheel nieuw aansluitend verhaal te maken. Maar vooral omslachtig. Tijdrovend. En ik had de bedenking wie is er nu zo zot. Dat zelfkennis het begin is van alle wijsheid, dach ik ook. En dus zat ik toch maar al schoontjes met mijn neus te snuisteren in de blogs van zijn top 40. Maar het ontbreekt mij aan tijd. Misschien ooit als ze de dagen van 24 u naar dagen van 72 u brengen dat ik een poging onderneem.  Trouwens, onlangs heeft een zekere Paul Bogaers zijn boek ‘Onderlangs’ uitgebracht, volledig geschreven met zinnen uit andere boeken. Hij heeft er maar vijftien jaar overgedaan.

Pas op, ik heb een mini-poging ondernomen. Een begin, over twee vrouwen die het over de ene vrouw haar man hadden. Bernard. Omdat ik die naam ergens was tegenkomen. Dat hij soms zo robuust en ernstig kon zijn. Al ging het vorige zinnetje oorspronkelijk over een auto. Maar dat is natuurlijk de grap van het alles. Ik had al enkele zinnen gekozen en geordend. En toen heb ik op het kruisje in de rechterbovenhoek geklikt, en vroeg de computer me of hij de wijzigingen moest opslaan, en ik heb nee gezegd. ‘t Was het woord poging niet waardig. In mijn ogen toch niet.

Een poging om de Ronde van Vlaanderen uit te rijden, dat is iets wat vandaag duizenden wielertoeristen - ik kan dat woord schrijven, maar niet uitspreken, of toch zeker geen tien keer snel na mekaar - zullen ondernemen. Ze wanen zich even Boonen en co. En vooral ze denken dat ze het zijn, want ze eigenen zich de gehele weg toe. Vandaag is zo’n dag als je niet buiten moet zijn, blijf je maar beter binnen. Toch hier in de streek, waar morgen de prijzen zullen uitgedeeld worden. Wie zal morgen zegevieren ? Ik gok op de Zwitser Fabian Cancellara. Of misschien wél Sylvain Chavanel. Of de Belgen Boonen, Hoste of Gilbert. De Duitser Andreas Klier misschien, zijn allerlaatste kans om in zijn achtertuin te winnen. Iedereen maakt een kans. Slechts één die ze optimaal zal weten te benutten.

En in mijn hoofd is het chaos troef, dan durven onderwerpen als grasmachines, boeken met niet zelf geschreven zinnen, en wielertoeristen zich wel eens samen aan een avontuurtje te wagen in eenzelfde bericht. En een titel bedenken daarbij is dan ook niet alles. Ik maak er dan maar iets absurds van.

Geknipt

Bezoekjes aan de kapper dragen ongewild altijd bij tot ontgoochelingen. Ik probeer bezoekjes aan de kapper dan ook tot het minimum te herleiden. Maar mijn froufrou/ponyhaar in correct Nederlands heeft dringend een kapbeurt nodig om mijn froufrou terug de naam froufrou waardig te maken, en ook zodat ik terug zie wat ik schrijf. En dus staat na maanden nog eens een bezoek aan de kapper op het menu. Joepie ! Ironie druipt er vanaf.

Ik ga nooit onvoorbereid naar de kapper. Ik doorblader elk tijdschrift dat ik hier liggen heb, ik google op woorden als ‘hair bang’ en ‘hair pony’,  want zonder die ‘hair’ krijg ik die beestjes van in de wei, en zo wil ik mijn haar niet. En als ik dan iets gevonden heb, knip ik het mooi uit, en leg ik het voor aan mijn kapper. Zodat we elkaar goed begrijpen, maar vooral zodat ik later de mensen kan tonen wat ik wou, en dan de poging tot, op mijn hoofd. Maar deze keer geen zoektocht naar de perfecte froufrou, want vorige keer is mijn kapper er wonderwel in geslaagd om dezelfde interpretatie uit het prentje te halen, als ikzelf. En dus wordt het straks een simpele : “zoals de vorige keer”. En uiteindelijk slechter dan wat het nu is, kan het nooit worden, maar toch, een mens moet kritisch blijven.

Wat ik me trouwens afvraag, omdat het niet altijd levensvragen moeten zijn, zoals er zijn : ‘wat eten we vandaag ?’, of die zanger, genaamd Bill, van Tokio Hotel ook een prentje mee zou nemen naar de kapper. Want hoe kom je aan zo’n kapsel ? Om de een of andere reden, moet ik bij het aanschouwen van de jongeman zijn kapsel denken aan ‘The Lion King’. Zolang ik bij het zien van ‘The Lion King’ niet aan Bill van Tokio Hotel denk, kan ik met die gedachtekronkel nog leven. Maar wat ik me daarbij dan ook nog afvraag, of er mensen zijn die met een prentje van Bill van Tokio Hotel naar de kapper trekken. Waarschijnlijk wel, met die hype er rond mag je alles verwachten. Ik kan het me al inbeelden. “Graag zoals Bill van Tokio Hotel”, waarop de kapper dan zegt : “ Geen probleem, steek je vingers maar in het stopcontact. Ondertussen haal ik nog een extra bus haarlak.”

Volgende Pagina »