LIEFDE MAAKT NIET BLIND (***)
Cultuur is het kneusje van de klas. Bij verdeling van de schepen- en ministerposten is cultuur vaak het minst begeerde postje. Wanneer er echter over besparingen wordt gesproken, staat cultuur met stip op één. Onterecht vindt Vlaams parlementslid Bart Caron. In zijn boek ‘Niet de kers op de taart. Waarom kunst- en cultuurbeleid geen luxe is’ legt hij met verfijnde argumenten uit waarom kunst en cultuur in een steeds veranderende samenleving niet enkel fijn, maar ook een noodzaak is.
Caron spreekt met kennis van zaken. Niet alleen is hij cultuurexpert voor zijn partij Groen, ook was hij in het verleden kabinetschef van cultuurministers Bert Anciaux en Paul Van Grembergen. Maar voor Caron is het cultuurbeleid enkel (helpen) kleuren niet voldoende. Hij wil ook voeling houden met de praktijk, bijvoorbeeld als contrabassist. Zelf omschrijft hij het als ‘een heimwee naar het podium, naar het musiceren zelf’.
Zijn liefde voor cultuur maakt echter niet blind. In zijn boek geeft hij niet enkel de houding van de overheid ten aanzien van cultuur weer. Hij legt ook de pijnpunten van ons beleid bloot. Daarbij reikt hij alternatieven aan. Zo schetst hij een vernieuwd – al geeft hij toe dat het een utopie is – auteursrecht, eigen aan deze moderne samenleving. Hij weerlegt simplistische reacties, zoals dat cultuurbeleid slechts een beleid van (te veel) subsidies is en houdt een warm pleidooi om cultuur toegankelijk te maken voor iedereen ongeacht leeftijd, opleiding of afkomst. Daarbij laat hij geen thema ongemoeid: van erfgoed tot sociaal-cultureel werk.
Een (praktisch) pluspunt van het boek is dat de hoofdstukken allemaal afzonderlijk te lezen zijn. Wie bijvoorbeeld geen boodschap heeft aan afgelijnde definities van de begrippen cultuur, kunst en erfgoed, kan dat hoofdstuk links laten liggen. Daarnaast zijn de hoofdstukken afgewisseld met korte persoonlijke anekdotes van de auteur, waarin het enthousiasme sterk naar voren komt. Net iets luchtiger geschreven dan de hoofdstukken zelf. Het geeft je brein even rust na een diepgravend hoofdstuk.
In zijn inleiding schrijft Caron: ‘Ik wil dat de cultuurliefhebber de argumenten opneemt en op zijn of haar beurt uitbazuint als het cultuurbeleid weer eens onder vuur komt te liggen.’ Aan verfijnde argumenten geen gebrek meer na het lezen van ‘Niet de kers op de taart’.